16 mei 2018

Voorste kruisband revalidatie: can we do better?

Als gepassioneerd sportkinesitherapeut ben ik zeer geïntrigeerd door de revalidatie van orthopedische letsels. De revalidatie van de voorste kruisband (VKB) blijft voor mij één van de grootste en leukste uitdagingen. Dit herstelproces verreist veel inzicht van de kinesist, maar ook (en vooral) tonnen doorzettingsvermogen en geduld van de patiënt. Deze participatieve relatie stuwt beiden partijen naar éénzelfde doel: de felbegeerde sport beoefenen zoals voorheen.

Een sporter opnieuw speelklaar krijgen na maanden zware revalidatie, geeft mij dan ook een enorme voldoening. De patiënt komt binnen met krukken en/of brace en vertrekt met een lichaam dat stabieler en krachtiger is dan ooit tevoren. Dit herstelproces vergt moed van de patiënt, want niet alleen fysiek maar zeker mentaal is dit een klus, die je vaak op je eentje moet bekampen. De wens van elke patiënt is zo snel mogelijk opnieuw doen waar hij/zij goed in was. Van zijn kant dient de kinesist er over te waken dat het opstellen en aanvangen van deze doelen ook medisch verantwoord zijn.

Als behandeling van de VKB kan de patiënt, in samenspraak met de chirurg, kiezen voor een conservatieve therapie of een operatieve ingreep. Hierbij zien we dat jongere (en actievere) patiënten eerder kiezen voor een operatieve ingreep gevolgd door een langdurige revalidatie.

De laatste decennia zijn er zowel op orthopedisch als kinesitherapeutisch vlak grote stappen gemaakt. Actieve oefentherapie speelt heden een belangrijke rol in het behandelplan van een kinesist. Toch zien we vandaag nog te veel patiënten die na een eerste VKB reconstructie en revalidatie opnieuw en binnen het jaar de voorste kruisband scheuren. Vele patiënten hervatten met andere woorden hun sport té snel. Deze nieuwe blessures tonen aan dat knieën nog onvoldoende geprikkeld werden tijdens het revalidatieproces. We kunnen als kinesist niet alles vermijden maar het kan en moet echt wel beter…

Wanneer is iemand speelklaar en aan welke criteria moet de patiënt hiervoor voldoen?

Een aantal facts op een rijtje

– > 94% van de patiënten verwacht opnieuw op zijn pre-operatieve sportniveau te komen (Feucht et al. 2014)

– Het algemene re-injury ratio (2de maal ruptuur VKB) ligt tussen de 15 en 25% voor jonge atleten (Webster et al. 2016)

– In een studie van Kyritsis et al. (2016) scheurde 33% van de atleten zijn kruisbanden opnieuw in de groep waar niet aan bepaalde Return To Sport (RTS) criteria voldaan werd. Dit t.o.v. van 10% wanneer aan alle criteria voldaan werd. Dit betekent een 4x (!) groter risico wanneer er niet aan de criteria voldaan wordt.

– In twee studies slaagde slecht 11%-14% van de ‘niet-elite’ VKB patiënten voor de RTS criteria na 9 maanden post-op (Welling et al, 2018; Toole et al, 2017).

– Slechts 5% van de non-elite VKB patiënten doorliep een revalidatie dat de evidence based guidelines volgde: ≥6 maanden revalidatie, inclusief agility en landingsoefeningen, en een gestructureerde return to sport analyse (Gridem et al. 2018).

– Een studie van Failla et al. (2016) heeft aangetoond dat pre-operatieve kinesitherapie (ongeveer 10 sessies) leidt tot een significante toename van de knie functie en hogere waarden van return to pre-injury sport (72%) vs no pre-op physio (63%) na 2 jaar follow-up.

KEY MESSAGE: Can we do better?!?

– Meten is weten. De Return To Sport (RTS) criteria moeten gebruikt worden om patiënten groen licht te geven voor sporthervatting. Deze criteria omvatten krachttesten, verschillende hoptesten en een kwaliteitsanalyse van bepaalde oefeningen. De revalidatie mag nooit stoppen vooraleer de RTS criteria behaald zijn. Revalidatie van VKB mag (lees: moet liefst) fun zijn, maar moet bovenal objectief kunnen aantonen waarom een patiënt nog niet klaar is om opnieuw te sporten zoals voorheen.

– De oprichting van een expertise centrum welke op grote schaal de VKB patiënten kan screenen op deze criteria, lijkt mij dan ook een noodzaak. Heden worden er nog geen uniforme richtlijnen toegepast. Een uitgebreid verslag met resultaten, werkpunten & advies naar sporthervatting kan zo op een een objectieve manier gecommuniceerd worden met patiënt/ouders – orthopedist – coach – externe kinesist.

– Een revalidatie stopt niet na 30 minuten manueel losmaken. De patiënt moet de verschillende aspecten van stabiliteit, uithouding, kracht en snelheid kunnen doorlopen tijdens de revalidatie. Wanneer iemand terug 90 minuten wil sporten zal ook zijn/haar knie dit moeten kunnen volhouden tot en met de laatste minuut. De trainingsprikkel ook tijdens de revalidatie voldoende lang en intens maken, is hierbij dan ook cruciaal.

– We merken een te grote kloof op tussen de revalidatie enerzijds en de competitiesport anderzijds. Stelselmatig opnieuw opbouwen van de sporttrainingen gedurende het revalidatieproces is dan ook noodzakelijk. Hiervoor is de communicatie tussen kinesisten en trainers of coaches van groot belang om de overgang zo veilig mogelijk te houden.

– Pre-operatieve revalidatie is een must. Wij zien (te) veel patiënten die de revalidatie pas starten na hun operatie. Geld en tijdsverspilling? Absoluut niet. De post-operatieve resultaten spreken voor zich. Zowel studies als onze ervaring bewijzen dat patiënten die pre-operatieve revalidatie hebben gevolgd een grote voorsprong hebben tijdens de revalidatie post-operatief.

_________________________________________________________________________

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone
CONTACTEER ONS